We zijn er uit. In deze tijd van crisis (crisis? what crisis?) is het toverwoord gevallen; het gaat allemaal om vertrouwen. Vreemd dat dat inzicht er blijkbaar nog niet was. En tegelijkertijd prima dat er middels dat inzicht weer balans kan worden aangebracht in de manier waarop we met elkaar om gaan. Vertrouwen is gebaseerd op integriteit, op het feit dat je van binnen uit weet wat goed en niet goed is. Niet de regels van het systeem bepalen dat. Uiteindelijk ben je zelf verantwoordelijk hoe je met je zelf, anderen en de wereld om gaat. ‘There is enough for everybody’s need, not enough for everybody’s greed’ zei Gandhi al. De crisis biedt kansen. Kansen op herstel van checks & balances in het systeem, op herstel van het zoeken naar wat goed is en wat fout. Van zoeken naar grenzen en nieuwe wegen, gebaseerd op wederzijds respect en vertrouwen, in dialoog met voorstanders van verschillende visies en belangen. Vertrouwen komt echter niet zo maar, het is het gevolg van een proces dat zichtbaar dient te zijn. Vertrouwen volgt vanuit betrouwbaarheid. En betrouwbaarheid is het gevolg van de mate van consistentie in je afspraken en handelingen, dus in je gedrag. Dat betekent niet meer zo maar iets beloven zonder dat ook concreet en duurzaam waar te maken. Dat betekent niet zo maar iets verkopen zonder het ook concreet en duurzaam waar te maken. Het goede nieuws is dat als vertrouwen toeneemt, de kwaliteit van samenwerking toeneemt en de kosten van controle afnemen (zie ook The Speed of Trust). Wie toont het leiderschap dat voor deze verandering nodig is?